Voordat je begint
Vier werkbladen voor de vragen die opkomen vóór de eerste steek. Ze werken in je browser, zonder account en zonder de app.
Kruissteek
Past mijn ontwerp op mijn stof?
Je patroon geeft het ontwerp in steken. De stofcount zegt hoeveel steken er in één inch passen. Samen geven ze de eindmaat, en met de marge die je eromheen wilt, het stuk stof dat je knipt.
Op evenweave of linnen borduur je meestal over twee draden, dus 28-count geeft 14 steken per inch.
Controleer voordat je knipt
- Meet je stof als de count niet op het etiket staat. Count is per inch, niet per centimeter.
- Voor opspannen en inlijsten raadt DMC minstens 8 cm (3 inch) vrije stof aan elke kant aan. Voor een ring of een kussen kan het anders zijn.
- Dit blad rekent geen garenverbruik uit en koppelt geen kleuren.
De Tondo-app kent de maat van een geïmporteerd patroon zelf en schat je stof en garen voor je.
Handborduren
Welke ring, en hoeveel stof?
Een ronde borduurring moet het hele ontwerp omvatten, hoeken inbegrepen, dus de diagonaal telt. Houd wat ruimte vrij zodat de ring nooit op je steken zit, en neem genoeg stof rond de ring om hem strak te spannen.
Controleer voordat je knipt
- Ringen worden verkocht op binnendiameter, meestal in hele inches. Meet de jouwe als er niets op staat.
- Laat aan elke kant minstens 5 cm (2 inch) stof buiten de ring, zodat je hem strak kunt trekken.
- Haal je werk uit de ring als je stopt: blijft het er lang in zitten, dan kunnen er vouwen ontstaan die moeilijk weggaan. Is het ontwerp groter dan de ring, verplaats hem dan voorzichtig of gebruik een borduurraam.
Met de Tondo-app druk je de omtrek af op ringmaat, met steekdiagrammen en een garenschatting.
Breien
Wat zegt mijn proeflap?
Het patroon geeft een stekenverhouding: steken per 10 cm. Brei een proeflap met je eigen garen en naalden, meet hem zoals het patroon vraagt, en zie wat jouw verhouding doet met een deel dat het patroon in steken opgeeft.
Voordat je besluit
- Brei de proeflap minstens 15 cm in het vierkant in de steek van het patroon, en was of span hem op zoals je het eindwerk behandelt. Meet over 10 cm in het midden, niet aan de randen.
- Meer steken per 10 cm dan het patroon betekent meestal: probeer een dikkere naald; minder steken, een dunnere. Brei daarna een nieuwe proeflap.
- Ook de toerenverhouding, de val en de vorm van het stuk kunnen veranderen. Dit blad vergelijkt alleen breedtes en rekent geen patroon om.
Wil je de proeflap bij het patroon, het garen en je notities bewaren? Bewaar een blad in je werkplek. Met Tondo 2.0 bewaart de app proeflappen per project.
Naaien
Hoeveel vierkantjes uit één lap?
Een geknipt vierkantje is de eindmaat plus een naadtoeslag aan elke kant. Vul de lap in die je hebt en het vierkantje dat je wilt, en zie hoeveel er passen en wat er overblijft.
Controleer voordat je knipt
- Strijk de lap en knip eerst een rechte kant; meet daarna.
- Gebruik de naadtoeslag van je patroon en houd die overal gelijk: 0,75 cm is gangbaar in metrisch patchwork, 1/4 inch (ongeveer 0,6 cm) in patronen met inches.
- Katoen kan bij de eerste wasbeurt krimpen. Was je de stof voor, doe dat dan voordat je meet en knipt.
Met Tondo 2.0 bewaart de app je stoflapjes en laat zien welke van drie projecten je ermee kunt maken, met een snijplan.
Deze werkbladen zijn van Tondo. De getallen zijn gewoon rekenwerk. Controleer ze met je eigen stof en garen voordat je knipt.